TMI Blog

"Het maakt uit waar je wieg staat"

In december 2020 publiceert het Centraal Planbureau (CPB) een rapport genaamd ‘Ongelijkheid van het jonge kind’. Het rapport focust op de de ontwikkeling van vaardigheden bij kinderen in verschillende sociaaleconomische groepen. Wat blijkt: kinderen van ouders met een lager inkomen of opleidingsniveau presteren van jongs af aan minder goed op het gebied van taal en rekenen dan kinderen van ouders met een hoger inkomen of opleidingsniveau. Maar hoe gaat dit precies in zijn werk? En welke problemen, vooroordelen en vraagstukken liggen hieraan ten grondslag?

Klassen 

In de zevendelige documentaireserie Klassen schijnen Ester Gould en Sarah Sylbing licht op de problematiek van klassenongelijkheid in het onderwijs. De serie begint in de zomer van 2019. Dat is voor een deel van de hoofdpersonen in de serie het begin van hun laatste jaar op de basisschool. In dit jaar zullen de kaarten geschud worden. Kaarten die het verloop van hun leven bepalen. Bij andere jongeren die de kijker ontmoet, zijn deze kaarten allang geschud. Zij zitten al op de middelbare school. In Klassen wordt pijnlijk duidelijk hoe diep de wortels van ongelijkheid in het onderwijs groeien. In dit artikel tipten we de serie al eerder.

Nederland is al een tijdje een internationale koploper wanneer het gaat om niveauverschillen tussen scholen. En deze verschillen blijven groeien. Het eerder genoemde rapport van het CPB beaamt dit. Al voordat leerlingen naar de basisschool gaan, geven sociaaleconomische factoren sommigen een streepje voor, en anderen daarmee een achterstand. Zo’n achterstand heeft, aldus het rapport, negatieve gevolgen voor de langere termijn.

De lange termijn 

Die verschillen in vaardigheden blijven op de basisschool en de middelbare school vaak prominent aanwezig. Dat niet alleen: ze worden door meerdere factoren ook nog eens versterkt. Wanneer een leerling al met bepaalde leerachterstanden begint, beïnvloedt dit ook de verwachtingen van de omgeving. Gooi hier nog een ‘lastige’ thuissituatie bovenop, en deze verwachtingen dalen nog drastischer. Veel leraren vervallen dan al snel in de argumentatie dat er voor zo’n leerling ‘gewoon niet meer inzit’. 

Lage verwachtingen resulteren op hun beurt dan weer in een gebrek aan bemoediging en motivatie richting de leerling. Die vicieuze cirkel noemt onderwijspsycholoog Bowen Paulle de ‘prison of low expectations’. Leerlingen die zich in deze figuurlijke gevangenis bevinden, maken zo hun potentie vaak niet waar. Er zit vaak veel meer in dan eruit wordt gehaald. 

Te vroege selectie

Een ander pijnpunt dat kansengelijkheid in de weg zit, is de vroege selectie naar onderwijsniveau. In Nederland maken leerlingen op 11- of 12-jarige leeftijd de overgang van basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs. Van deze gelegenheid wordt ook meteen gebruik gemaakt om ze allemaal netjes onder te verdelen op niveau. Aan de hand van de Cito-score en de beoordeling van een docent krijgt elke leerling een op maat gemaakt advies. Het probleem is alleen dat deze beoordeling - al is het onbewust - vaak berust op die beschreven vooroordelen en verwachtingen. 

In Klassen zien we dit gebeuren. Achtstegroepers Esma en Anisa lopen vanwege hun achtergrond tegen lage verwachtingen aan. Het schooladvies dat zij van hun leraar krijgen reflecteert dit: beide krijgen ze een advies dat onder hun ware potentie lijkt te liggen. Ook de wetenschap toont steeds meer aan dat het huidige systeem voorbarige en potentieel onjuiste schooladviezen geeft. Een rapport uit 2017 bevestigt dat vroege selectie met name voor leerlingen uit lagere sociaal economische milieus en leerlingen met een migratieachtergrond negatieve gevolgen heeft. Hoe eerder er geselecteerd wordt, hoe minder mogelijkheid tot ontwikkeling, groei en het inhalen van achterstanden. 

Aan de digitale spreektafel

Op 12 april 2021 vond één van de meerdere landelijke digitale Klassen Meetups plaats. Meer dan honderd personen met een passie voor het onderwijs, waaronder een aantal TMI’ers, waren aanwezig. We gingen naar aanleiding van de documentaireserie de dialoog aan over kansenongelijkheid in het onderwijs.  De bijeenkomst had meerdere doelen. Niet zozeer het oplossen van het kansen ongelijkheidsprobleem of het aankaarten van problemen in de politiek stonden centraal. De overkoepelende vraag luidde: hoe kunnen wij direct impact hebben binnen onze kringen om kansenongelijkheid in het onderwijs kleiner te maken?

Meer dan twee uur lang bogen we ons over dit vraagstuk. Zo werden we twee keer in een kleinere breakout room geplaatst, waar een tafelleider ons ontving. Hier spraken we over voorbeelden in de praktijk en gaven we elkaar nuttige tips. Maar ook Klassen-regisseur Sarah Sylbing was aan de digitale spreektafel aangeschoven. Al 15 jaar lang houdt zij zich bezig met ‘Hollandse armoede’. Kort vat ze het hoofdpunt van Klassen samen: “het maakt uit waar je wieg staat.” We moeten af van dat idee dat iedereen gelijke kansen heeft. De krachtige werking van lage verwachtingen (die ‘prison of low expectations’) kunnen we niet negeren. Als je de lat laag legt, zo stelt ze, gaan kinderen niet hoog springen.

Sylbing schijnt daarnaast in haar korte praatje ook licht op de andere kant van de medaille van kansenongelijkheid in haar onderwijs. Niet alleen de kansarme, maar ook de kansrijke kant speelt een belangrijke rol. Waar sommige leerlingen door lage verwachtingen hun potentie niet waar kunnen maken, belanden anderen vanwege juist hoge verwachtingen in een heuse onderwijs-ratrace. In Klassen zien we bijvoorbeeld hoe Evy (15) gebukt gaat onder prestatiedruk op een vwo-plus school. Maar zelfs als alles haar teveel wordt, studeert en werkt ze stevig door. 

En nu...?

De problematiek van kansenongelijkheid in het onderwijs is complex. Een eenduidige of makkelijke oplossing ligt helaas dan ook niet voor het oprapen. Een opmerking van Sylbing, te gast in een podcast-aflevering van de Rudi & Freddi Show, vat een deel van de mogelijke oplossing treffend samen. Ze stelt: “aan de onderkant moet de lat omhoog, aan de bovenkant moet de lat omlaag”. Kortom, het verwachtingsmanagement in het onderwijs moet veranderen. Die focus op achtergrond en thuissituatie van de leerling moet verschoven worden. 

Er is een lange weg te gaan, maar het begin moet ergens gemaakt worden. En zoals met veel soortgelijke kwesties: de eerste veranderingen beginnen bij jezelf. Een heel systeem gooien we niet in één dag, week of jaar op de schop. Maak een klein begin. Stel jezelf eens de vraag die tijdens de Klassen meetup centraal stond: hoe kan ík direct impact hebben binnen mijn kringen om kansenongelijkheid in het onderwijs kleiner te maken?

Wil je meer kennis van Mediawijsheid?

Bekijk TMI's aanbod