TMI Blog

Covid complottheorieën: 5 redenen waarom ze nu zoveel grond winnen

Auteur: Tom Franse

Het is allemaal de schuld van de Cabal, China heeft Corona met opzet losgelaten en Bill Gates gebruikt de vaccins om ons allemaal met tracking-chips te injecteren. Complottheorieën vieren hoogtij in tijden van chaos. Hier zijn vijf redenen waarom. 

1. Niemand heeft een Fake News antenne

“Is het gevaarlijk dat mensen geen zintuig hebben voor wat waar is en wat niet?” vroeg een redacteur van Editie NL mij. 

Eigenlijk is dit een rare vraag. Als mensen zoiets nooit hebben gehad, waarom zou dat dan een gevaar zijn? We hebben immers ook nooit ingebouwde defibrillators in onze handen gehad. Dat zou levens kunnen redden! Is dat dan ook een gevaar?

Met zo’n antwoord haal je natuurlijk niet de uitzending, maar is een belangrijk punt om bij stil te staan. Geen mens weet ooit intuïtief wat waar is en wat niet.

Als je een bewering checkt, check je de consistentie : klopt het verhaal bij wat andere media zeggen? Klopt het met wat ik al geloof over de wereld? Hoe meer consistent iets lijkt met onze andere opvattingen over de wereld, hoe groter de kans dat je meent: dit is zeker weten waar.

Zijn de complottheorieën zo consistent dan? Niet perse. Het verhaal van officiële instanties is gewoon verbazend inconsistent geweest. Groepsimmuniteit lost het op. Nee, toch niet. Geen mondkapjes, wel mondkapjes. Chloroquine werkt! Oh, nee toch niet...

Het maakt niet uit of het waar is of niet: door inconsistentie in het officiële verhaal verliezen mensen vertrouwen. De consistentie-concurrentie voor complottheorieën is dus mager.

2. Angst en stress

Jan-Willem van Prooijen onderzoekt al jaren complottheorieën. De laatste maanden duikelt hij van interview naar interview, want iedereen wil nu weten hoe het zit: Complottheorieën lijken zich te verspreiden als een virus. Is dat zo en zo ja: waardoor komt dat?

Meer mensen geloven nu actief in complottheorieën dan in tijden van rust en welvaart. Dat heeft volgens de onderzoeker aan de Leiden universiteit alles te maken met angst en stress die horen bij een crisissituatie. “Als je kijkt naar andere crisissituaties, is het geloven in complottheorieën niet meer dan normaal in zo’n situatie.” Zegt Jan-Willem van Prooijen in zijn lezing over complottheorieën tijdens covid. 

Dat we in angstige situaties overhaaste conclusies trekken, is niet gek als je naar onze geschiedenis kijkt. 

Leefde je als jager/verzamelaar in rust, dan had je de tijd om alles rustig op zijn plek te zetten zonder meteen naar een conclusie te grijpen. Ben je angstig, dan is het van levensbelang om zo snel mogelijk het gevaar te vinden. Zo snel, dat je brein stappen overslaat. Als je bijvoorbeeld in een donker bos bent, kan dit je helpen om sneller een beer te spotten, maar het kan er ook voor zorgen dat je een beer in een omgevallen boom ziet. Dat werkt waarschijnlijk ook zo bij een stressvolle situatie als de covidcrisis. Je brein zoekt wanhopig naar de beer in het bos en kan daarbij stappen overslaan, waardoor je te snel een conclusie trekt (bijvoorbeeld: het is allemaal de schuld van Bill Gates). Je brein heeft dan de beer geïdentificeerd en mag rusten. 

Stress lijkt patroonherkenning dus te overstimuleren. Handig in een donker bos; minder handig in het online-informatiebos tijdens een pandemie. Jan-Willem van Prooijen kon precies dat effect linken aan het geloof in complottheorieën: mensen die patronen te snel herkennen, in bijvoorbeeld een rij met willekeurige nummers, blijken ook meer in complottheorieën te geloven. 

Zit je dus voor lange tijd angstig thuis, dan is de kans een stuk groter dat je een complottheorie gelooft of te snel een boosdoener aanwijst. 

*De vorige versie ging in op congruentie. Dit speelt een rol in het aangrijpen van een geloof om je handelen te rechtvaardigen, maar is minder relevant voor complottheorieën.

3. Ondervertegenwoordigd sentiment

Als mediaconsument wil je jouw gedachten belicht zien in de media. Een groot deel van Nederland (m’n moeder zit bijvoorbeeld in Facebook groepen van +-50.000 boze Nederlanders) is het niet eens met de maatregelen. Ze zien grote schade in hun omgeving en zien op TV media die hun mening amper vertegenwoordigd. Waar de gemiddelde Nederlander trouw bij de media blijft, zien mensen die niet tevreden zijn over de berichtgeving van de klassieke media de aantrekkingskracht van andere nieuwskanalen.

Dat dit deel van de bevolking niet of nauwelijks vertegenwoordigd wordt in het nieuws, wijt ik vooral aan het gebrek aan ideologische diversiteit binnen de journalistiek. 

Dat journalisten gelijkgestemde mensen zijn is erg gezellig op de opleiding voor journalistiek waar ik zeven jaar heb doorgebracht, maar slecht voor de journalistiek zelf.

Een bedrijf dat haar doelgroep goed wil bedienen, moet enigszins een reflectie zijn van die doelgroep. Nederlandse journalisten zijn geen reflectie van het volk. Dat volk bestaat nou eenmaal niet uit louter linkse humanisten. Een groot deel van de journalisten past wel binnen dat kader.

Mening van de minderheid
Ook een mening van de minderheid zal in een journalistieke redactie niet vaak een ‘GO’ krijgen. Tijdens redactievergaderingen wordt democratisch of door de hoofdredacteur besloten welke ‘items’ gemaakt mogen worden en welke niet. Een impopulair onderwerp heeft zo minder kans om naar buiten te komen. 

Gevolg is niet dat het geluid van de minderheid stopt. Druk op de ketel zal altijd een weg naar buiten vinden. Op dit moment vindt de druk haar weg naar buiten via nieuwe, jonge en minder ervaren redacties. De fact-checking en het rectificatie beleid van die redacties zijn nog niet op het niveau van traditionele redacties. Soms komt daar dus een vergezochte complottheorie naar voren.

4. Too Much Information

Toen ik mijn moeder beschuldigde van te veel Facebooken, zei ze: “ik bekijk niet alle berichten. Ik heb er elke dag wel honderd, maar lees er maar tien.” We hebben zo veel informatie voorhanden, dat we kunnen kiezen wat we willen horen door te abonneren op pagina’s. Zelfs binnen die pagina’s is er zo veel informatie, dat je uit honderd nieuwe berichten per dag kunt kiezen welke lees-waardig zijn voor jou. 

Helaas doen we dat maar al te vaak op de automatische piloot. Ons brein, dat veelal gelijk opgebouwd is als dat van onze jager-verzamelaar voorouders, is in de afgelopen honderdduizend jaar ontwikkeld om meer aandacht te besteden aan specifieke kenmerken. Dat hielp ons overleven in de wildernis, waar elk stukje nieuwe informatie beoordeeld moet worden: Herken ik dit? Ben ik in gevaar? Is iemand in mijn stam in gevaar? Kan ik mij voortplanten?

Laat dat oerbrein een tijdlijn van Facebook zien, en het zal stoppen bij specifieke kenmerken. Instinctief stoppen we met scrollen bij dezelfde soort kenmerken als waar oermensen op zouden letten.

In de Fake News les van TMI behandelen we enkele van deze kenmerken aan de hand van de HAVE formule: Herkenbaarheid, Afwijking, Vraag en Emotie. Complot-gerelateerde berichten voldoen aardig aan HAVE. Zo komen die vrij snel door je aandachts-filter. Dat terwijl er ondertussen een genuanceerd stuk over de economische gevolgen van de maatregelen er net doorheen glipt.

5. The third person effect

Nu denk je waarschijnlijk: ik ken ook zo iemand die zo in complottheorieën trapt. Zo iemand die blind geloofd wat ‘ie op internet/TV ziet. Zo iemand die linkjes deelt zonder die zelf te lezen. Dat je niet als eerst aan jezelf dacht, heeft te maken met het ‘third person effect’. 

Als mens heb je de aanleg om te geloven dat andere mensen vooroordelen hebben, in onzin trappen en beïnvloedbaar zijn. Maar jijzelf? No way! “Ik ben kritisch. Ik weet precies wat waar is en wat niet. Ik ben niet te beïnvloeden!” Dat denk jij, dat denk ik, dat denkt iedereen. We hebben allemaal de illusie dat we zelf de waarheid in pacht hebben. En juist dat maakt ons meer kwetsbaar voor manipulatie.

Om dit effect het hoofd te bieden, is het belangrijk dat je bewust compenseert voor het aangeboren effect. Aan de waarheid van je tegenstander twijfelen is makkelijk. Aan je eigen waarheid twijfelen vergt lef.

Deze open houding werkt ook beter in het spreken met mensen die er absurde geloven op nahalen. Zo kan je met wederzijds respect een complottheorie analyseren en er beide meer uithalen. Zo zie jij misschien het graantje waarheid erbinnen, terwijl de ‘gelover’ de overhaaste conclusies leert herkennen.

Ook ik heb niet alle waarheid in pacht. Heb ik het ergens in deze blog dus niet bij het rechte eind (of miste ik een rechter eind)? Dan zou ik het heel fijn vinden om dat te horen. 

Van dit verzoek heeft een NOS researcher gebruik gemaakt. Hij was kritisch op de eerdere versie van dit artikel. Hij meende onder andere dat er continu discussies zijn op de redactievloer en ik redacties te veel schets als een eenheid. Inderdaad, op redacties vinden vaak discussies plaats, maar die worden beperkt tot de verschillende opvattingen tussen de journalisten op de redactie. Die zijn in mijn ervaring marginaal vergeleken met het verschil in opvattingen bij de Nederlandse bevolking. Vooral bij redacties als de NOS, die het gehele volk moet proberen te representeren, is die ideologische verscheidenheid belangrijk. Verder dan kijken naar etnische diversiteit alleen, zou het erg waardevol zijn om de verschillen in normen en waarden binnen een redactie, met de verschillen in normen en waarden binnen Nederland te vergelijken.

Wil je meer kennis van Mediawijsheid?

Bekijk TMI's aanbod